niet zomaar klederdracht

U ziet ze voorbij komen, in alle kleuren en stijlen. De een nog kleurrijker dan de ander. Sommige weten niet wat het is, andere zijn ermee opgegroeid. Feit is, het is onderdeel van een rijke geschiedenis. Als we de boeken induiken, zijn ze ook terug te vinden in verschillende Franse koloniën. Ze worden gedragen tijdens vieringen, rouwgelegenheden, bij een kroonjaar (bigi jari), Srefidensi (viering van de onafhankelijkheid van Suriname) en vooral ook tijdens Keti Koti.

Het heet ‘koto’, afzonderlijk vertaald als rok, maar in zijn geheel een driedelige outfit bestaande uit drie onderdelen: de wijde rok, de yaki en de angisa. Een rok, een jack en een hoofddoek. Het kan bestaan uit één stof of juist uit verschillende stoffen en in verschillende varianten. De koto is dus echt een eeuwig evoluerende outfit.

We duiken in de geschiedenis van de koto met Stichting Tailors & Wearers. Een initiatief van koto- en angisa-deskundige Jane Stjeward-Schubert, antropoloog Ella Broek en fotograaf Michelle Piergoelam.

De stichting houdt zich bezig met het ordenen van kennis en informatie over de Afro-Surinaamse klederdracht. Met het hiervan toegankelijk maken willen zij een bijdrage leveren aan het behouden en verlevendigen van deze Afro-Surinaamse klederdracht.

In gesprek met Stjeward-Schubert geeft zij aan dat de koto voor haar echt een vertaling is van cultuur, kunst en mode. De cultuur van het stijven, de kunst van de vouwtechnieken en vooral de kleurrijke combinaties samen maken de koto een speciaal soort klederdracht.

Als we de geschiedenis induiken, is niet precies aan te duiden wanneer de koto ontstaan is. Volgens Stjeward-Schubert duiken de rok en de hoofddoek al op tijdens de slavernij, echter “gedrapeerd”, en is ook het gelaagde van de pangi (een stuk stof) een onderdeel dat in die tijd terug te zien is.

De pangi is voor de koto eigenlijk een opvulmiddel en wordt tijdens de eerder genoemde gelegenheden vaak als omslagdoek over de schouder gedragen door mannen. Ook is de pangi vaak het eerste wat je in de Surinaamse cultuur cadeau gegeven wordt door een voorouder.

De gelaagdheid van de koto zou eventueel ook een associatie kunnen hebben met een wet die creoolse vrouwen vanaf 1879 verplichtte het bovenlijf te bedekken. Een citaat uit het boek De Doorsons; Op zoek naar een Afro-Amerikaanse slavenfamilie in het Caribisch gebied omschrijft het volgende:

“Ze hadden nu eindelijk genoeg stof om zich te kleden, en was dit misschien wel het begin van de subtiele dwang waaraan werd toegegeven om je aan te passen. Een keurig bedekt lichaam als indicatie van een hogere mate van eerbaarheid, dan wel Europese, maar het opende deuren naar een mogelijkheid tot het stijgen op de sociale ladder.”

Het is fascinerend hoe ook in datgene wat we dragen en de evolutie van traditionele klederdrachten slavernij, de afschaffing daarvan en de “rijkheid” die men daarna ondervond, beïnvloeden hoe mensen zich kleden en dus ook hoe de koto zich met de jaren ontwikkelt. Vandaag de dag is de koto meer dan een traditie; het is ook een wijze om de voorouders te eren en met je angisa op je hoofd of je pangi over je schouder misschien zelfs een statement dat je bent gearriveerd. Vrij en in vol ornaat!

De angisa had ook een communicerende functie. De verschillende vouwtechnieken zijn bedacht om “odo’s”, zijnde wijsheden, te communiceren. Een zeer unieke manier van communicatie onder de tot slaaf gemaakten.